basisexamen inburgering

2. Examenonderdeel Spreekvaardigheid

Het examenonderdeel Spreekvaardigheid meet of u Nederlands kunt spreken op het niveau A1. U moet vragen beantwoorden en zinnen afmaken via de computer. Het spreekexamen bestaat uit 22 vragen. Het examen Spreekvaardigheid bestaat uit 2 delen die elk beginnen met een instructie in het Nederlands:
  • Vraag beantwoorden U zit voor de computer en u ziet een video van iemand die een vraag stelt. U geeft via een headset (koptelefoon met microfoon) antwoord op de vraag. U krijgt 10 vragen.
  • Zinnen afmaken U leest én hoort een vraag en ziet een foto. De foto helpt u de zin te begrijpen. Het antwoord op de zin mag u zelf bedenken. Het antwoord moet wel een juiste aanvulling zijn op de zin. De foto’s staan niet op internet. U ziet de foto’s dus alleen bij het examen. U spreekt uw antwoord in via de headset. U krijgt 12 zinnen.

U maakt eerst het onderdeel ‘Vraag beantwoorden’. In totaal zijn er 60 vragen. Alle 60 vragen staan op internet. U maakt in het examen 10 vragen.

U maakt daarna het onderdeel ‘Zinnen afmaken’. In totaal zijn er ongeveer 400 vragen. Alle 400 vragen staan op internet. U maakt in het examen 12 vragen.

U kunt alle vragen van Spreekvaardigheid hier bekijken. Zo kunt u zich goed voorbereiden op het examen.

Het examenonderdeel Spreekvaardigheid duurt 30 minuten en wordt door menselijke beoordelaars nagekeken. Het eindresultaat van het examen wordt uitgedrukt in een cijfer, een geheel getal tussen 1 en 10. Als u een van beide onderdelen onvoldoende hebt gemaakt, moet u beide onderdelen herkansen.