Het examenonderdeel Nederlandse taal toetst of u een basisniveau Nederlands beheerst. Het examen toetst alleen spreken en luisteren. U hoeft niet te kunnen lezen of schrijven. Er zijn vijf delen met vier soorten opdrachten:
- zinnen nazeggen
- korte vragen beantwoorden
- tegenstellingen geven
- zinnen nazeggen
- twee keer een verhaaltje navertellen.
Elk deel begint met een instructie in het Nederlands. Bij de eerste 3 delen geeft de computer u ook steeds een voorbeeld.
U hoort alle opdrachten één voor één door de telefoon. U geeft uw antwoorden ook door de telefoon. Uw antwoorden worden automatisch beoordeeld door de examencomputer.