basisexamen inburgering

Basisexamen inburgering

Het basisexamen inburgering in het buitenland bestaat uit drie onderdelen:

  1. Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS),
  2. Spreekvaardigheid,
  3. Leesvaardigheid.

U legt het examen af op een ambassade of een consulaat-generaal in uw land van herkomst of van bestendig verblijf. Het examen wordt afgenomen op een computer.

Als u vragen hebt, moet u die stellen aan de medewerker van de ambassade voordat het examen begint. Als het examen eenmaal is begonnen, kunt u geen vragen meer stellen.

U hoeft tijdens het examen NIET te schrijven.

Examenreglement basisexamen inburgering en examenprogramma basisexamen inburgering

Examenreglement

In het examenreglement vindt u informatie over de aanmelding en betaling voor het basisexamen.

Hoe u een afspraak voor het examen kunt maken en hoe u de uitslag van het examen van DUO ontvangt.

In het reglement staan regels over de gang van zaken voor en tijdens het basisexamen en welke maatregelen kunnen worden genomen bij ordeverstoring en fraude.

U mag geen informatie aan anderen geven over de vragen van het basisexamen.

Examenprogramma

In het examenprogramma vindt u informatie over de lesstof voor leesvaardigheid, spreekvaardigheid en Kennis van de Nederlandse Samenleving.

Ook vindt u informatie over de inhoud en de duur van het examen

Bij de afnamecondities staat dat het examen per computer wordt afgenomen en dat u alle examenonderdelen op één dag kunt maken. Ook is het mogelijk een examenonderdeel per keer te maken.

De beoordeling van KNS en het leesexamen gaat automatisch door de computer. Het spreekexamen wordt door gecertificeerde menselijke beoordelaars beoordeeld.

Het examenreglement en het examenprogramma gelden vanaf 1 november 2014.