basisexamen inburgering

Basisexamen inburgering

Het basisexamen inburgering in het buitenland bestaat uit drie onderdelen:

  1. de toets Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS),
  2. de Toets Gesproken Nederlands (TGN),
  3. de toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen (GBL).

U legt het examen af op een ambassade of een consulaat-generaal in uw land van herkomst of van bestendig verblijf. Het examen wordt afgenomen via een telefoon die in directe verbinding staat met een sprekende computer. U hoort de vragen die de computer stelt via een hoofdtelefoon. U moet daarop antwoord geven via een microfoon die aan de hoofdtelefoon vastzit. U kunt deze computer géén vragen stellen. Als u vragen hebt, moet u die stellen aan de medewerker van de ambassade voordat het examen begint. Als het examen eenmaal is begonnen, kunt u geen vragen meer stellen. Uw antwoorden worden automatisch beoordeeld door een examencomputer.

U hoeft tijdens het examen NIET te schrijven.